Ga naar inhoud

Wat is rendement op jaarbasis en hoe bereken je het zelf

rendement op jaarbasis berekenen featured image

Twee beleggingen naast elkaar leggen is lastiger dan het lijkt. De ene leverde veertig procent op in vijf jaar, de andere vijfentwintig procent in drie jaar. Welke deed het beter? Zonder rekenwerk is dat niet te zeggen, en de intuïtieve inschatting is meestal fout.

Rendement op jaarbasis lost dat op. Het herleidt elk resultaat naar hetzelfde formaat: hoeveel procent per jaar. Daarmee wordt alles onderling vergelijkbaar, of het nu om een indexfonds gaat, om je spaarrekening of om je eigen portefeuille.

Waarom een totaalrendement je op het verkeerde been zet

Rendement is de winst of het verlies op een belegging, uitgedrukt als percentage van wat je erin stopte. Leg je duizend euro in en heb je later elfhonderd euro, dan is het rendement tien procent.

Dat getal zegt alleen niets zolang je de looptijd niet weet. Vijftig procent winst is uitstekend in twee jaar en middelmatig in vijftien jaar. Toch worden rendementen in reclames en op fondspagina’s regelmatig als totaalcijfer gepresenteerd, precies omdat een groot getal indruk maakt.

Rendement op jaarbasis, ook wel jaarlijks gemiddeld rendement of samengesteld jaarlijks groeipercentage genoemd, drukt het resultaat uit alsof je elk jaar hetzelfde percentage had gehaald. De werkelijkheid was grilliger, maar het eindresultaat is identiek.

De formule, en waarom delen niet werkt

De berekening gaat zo: deel de eindwaarde door de beginwaarde, neem daarvan de wortel die hoort bij het aantal jaren, en trek er één van af.

Een voorbeeld. Je legt duizend euro in. Na drie jaar staat er 1.331 euro.

Stap één: 1.331 gedeeld door 1.000 is 1,331.
Stap twee: de derdemachtswortel van 1,331 is 1,10.
Stap drie: 1,10 min 1 is 0,10, oftewel tien procent per jaar.

De verleiding is om het simpeler te doen: 331 euro winst over drie jaar is ruim 110 euro per jaar, dus elf procent. Dat klopt niet, en het verschil is geen afronding maar een principe.

Bij tien procent per jaar groeit duizend euro in het eerste jaar naar 1.100 euro. In het tweede jaar wordt tien procent berekend over 1.100 euro, wat 110 euro oplevert in plaats van 100. Na twee jaar staat er 1.210 euro. In het derde jaar levert tien procent over 1.210 euro nog eens 121 euro op. Eindstand 1.331 euro.

Dat effect heet samengestelde groei. Je verdient rendement over je eerdere rendement. Op korte termijn is het verschil klein, over twintig jaar bepaalt het vrijwel het hele resultaat. Het is dezelfde kracht die het argument vormt achter dollar cost averaging en achter vroeg beginnen in plaats van veel inleggen.

In de praktijk: twee fondsen vergelijken

Terug naar het voorbeeld uit de inleiding. Fonds A gaf veertig procent over vijf jaar, fonds B vijfentwintig procent over drie jaar.

Fonds A: 1,40 tot de macht een vijfde, min 1, is ongeveer 6,96 procent per jaar.
Fonds B: 1,25 tot de macht een derde, min 1, is ongeveer 7,72 procent per jaar.

Fonds B presteerde dus beter, ondanks een totaalrendement dat bijna de helft lager ligt. Zonder deze omrekening had je precies de verkeerde conclusie getrokken.

Vier manieren waarop het getal je misleidt

Kosten zijn niet meegerekend

Transactiekosten, valutakosten en de lopende kosten van een fonds gaan er elk jaar af. Een fonds met 0,20 procent lopende kosten en een fonds met 1,20 procent lijken op een jaarrapport nauwelijks te verschillen. Over dertig jaar scheelt dat procent een aanzienlijk deel van je eindkapitaal, om dezelfde reden dat samengestelde groei in je voordeel werkt: hij werkt ook in je nadeel. Waar je op let bij het kiezen van een partij staat in het artikel over hoe een beleggingsrekening in Nederland werkt.

Inflatie is niet meegerekend

Vijf procent rendement bij drie procent inflatie is ongeveer twee procent aan werkelijke koopkracht. Dat verschil tussen nominaal en reëel rendement is precies waar het om draait als je vermogen opbouwt voor over twintig jaar. Wat inflatie met stilstaand geld doet staat in het artikel over inflatie en beleggen.

Dividend wordt vergeten

Wie alleen naar de koers van een index kijkt, mist de uitkeringen. Bij brede aandelenindices is het herbelegde dividend historisch verantwoordelijk voor een substantieel deel van het totaalrendement. Vergelijk daarom altijd cijfers van hetzelfde type, dus koersrendement met koersrendement of totaalrendement met totaalrendement.

Belasting valt buiten beeld

In Nederland wordt vermogen belast in box 3, ongeacht of je dat jaar winst maakte. Je nettoresultaat ligt daarmee onder je brutorendement. Hoe die heffing werkt staat uitgelegd in het artikel over belasting op vermogen en crypto in Nederland.

Het rendement van je eigen portefeuille berekenen

Bij een eenmalige inleg is de berekening rechtstreeks toe te passen: beginwaarde, eindwaarde, aantal jaren.

Bij maandelijkse inleg werkt dat niet. Geld dat je vorige maand stortte, heeft niet hetzelfde aantal jaren gerendeerd als geld van tien jaar geleden. Wie in die situatie simpelweg totale waarde deelt door totale inleg, komt structureel te laag uit en denkt onterecht dat het tegenvalt.

De juiste maatstaf heet intern rendement en houdt rekening met het moment van elke storting. In een spreadsheet doet de functie voor intern rendement bij ongelijke perioden dat voor je: je zet elke storting met datum in een kolom als negatief bedrag, de huidige waarde als laatste regel positief, en de formule geeft het jaarrendement terug.

Wil je vooraf zien wat een vaste maandelijkse inleg oplevert in plaats van achteraf terugrekenen, dan kun je dat doorrekenen met de DCA calculator.

Wat is een realistisch rendement?

Brede aandelenindices leverden over lange perioden historisch grofweg zeven tot tien procent per jaar op in nominale termen, inclusief herbelegd dividend, met jaren van dertig procent winst en jaren van veertig procent verlies daartussen. Na inflatie blijft daar aanzienlijk minder van over.

Dat gemiddelde is geen belofte. Het is een uitkomst achteraf over een periode van decennia, en niemand belegt precies over die periode. Waarom een hoger verwacht rendement altijd samengaat met meer spreiding in de uitkomsten staat in het artikel over risico en rendement.

Praktische toets: wie een gegarandeerd rendement ver boven dat niveau aanbiedt, biedt geen belegging aan maar een risico dat elders verstopt zit. Hoe je zo’n aanbod herkent staat in het artikel over het herkennen van scams.

De rekenkunde die je moet onthouden

Verlies en winst zijn niet symmetrisch. Een daling van vijftig procent vereist een stijging van honderd procent om terug te komen op nul. Een daling van tachtig procent vereist een vervijfvoudiging.

Daarom weegt een slecht jaar zwaarder op je jaarrendement dan een goed jaar het compenseert. Twee jaren van plus vijftig en min vijftig procent leveren geen nul op maar een verlies van dertien procent over twee jaar. Dat is de rekenkundige onderbouwing van waarom spreiding geen voorzichtigheid is maar wiskunde.

In een spreadsheet

Voor een eenmalige inleg: =(eindwaarde/beginwaarde)^(1/jaren)-1

Voor periodieke stortingen: gebruik de functie voor intern rendement bij ongelijke perioden, met alle stortingen en hun datums.

Stel de cel in als percentage en je hebt een getal dat je direct naast elke fondsprestatie kunt leggen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen gemiddeld en samengesteld rendement?

Het rekenkundig gemiddelde telt de jaarrendementen op en deelt door het aantal jaren. Het samengestelde rendement houdt rekening met het feit dat je elk jaar verder rekent over een ander bedrag. Het samengestelde getal ligt altijd lager en is het enige dat overeenkomt met wat er werkelijk op je rekening staat.

Hoe bereken ik rendement als ik maandelijks inleg?

Niet met de standaardformule, want elke storting heeft een andere looptijd. Gebruik in een spreadsheet de functie voor intern rendement bij ongelijke perioden: alle stortingen negatief met hun datum, de huidige waarde positief als laatste regel.

Moet ik rekenen met bruto of netto rendement?

Netto, dus na kosten en belasting. Bruto rendement is nuttig om fondsen onderling te vergelijken, maar zegt niets over wat jij overhoudt. Het verschil tussen beide is over lange perioden aanzienlijk.

Is een hoger rendement per jaar altijd beter?

Niet zonder de spreiding erbij. Twee beleggingen met hetzelfde jaarrendement kunnen sterk verschillen in hoe grillig de weg ernaartoe was. Wie tussentijds moet verkopen, of wie bij een diepe daling uitstapt, realiseert dat gemiddelde nooit.

Conclusie

Rendement op jaarbasis is het enige getal waarmee je beleggingen eerlijk naast elkaar kunt leggen. Het corrigeert voor looptijd en het maakt samengestelde groei zichtbaar, in beide richtingen.

Wie de omrekening één keer heeft gedaan, kijkt anders naar elk totaalrendement dat hem wordt voorgehouden. En dat is waarschijnlijk de grootste opbrengst van deze formule.

Bronnen

Opmerking: dit artikel bevat een affiliate link. Als je via die link een aankoop doet, ontvang ik een vergoeding, zonder extra kosten voor jou.

Rendement berekenen is het meetinstrument. Bepalen waarin je belegt, hoe je spreidt en hoe je een plan volhoudt door slechte jaren heen, is het werk daaromheen. De Vermogenscursus van Tineke Zwart behandelt dat stap voor stap.

Bekijk de Vermogenscursus van Tineke Zwart hier.

← Terug naar alle artikelen
Wil jij ook starten met crypto?Bekijk de cursus