Ga naar inhoud

Inflatie, wat het is en hoe het jouw vermogen beïnvloedt als je niet belegt

Inflatie en beleggen — ijsblokje dat smeldt als metafoor voor koopkrachtverlies

Inflatie is het stille risico dat de meeste beleggers onderschatten. Het is niet zo zichtbaar als een beurscrash, en het maakt geen grote krantenkoppen. Maar over tien tot twintig jaar kan inflatie een groter deel van je vermogen opeten dan welke beurscorrectie dan ook. En het bijzondere is: het risico bestaat ook als je niets doet.

Wat is inflatie?

Inflatie is de stijging van het algemene prijspeil over tijd. Als inflatie twee procent per jaar bedraagt, kost iets dat nu honderd euro kost over tien jaar bijna 122 euro. Over twintig jaar 149 euro. Dat klinkt niet dramatisch, maar het effect op spaargeld is dat wel.

Voor je vermogen betekent dit het omgekeerde: geld dat op een spaarrekening staat met nul procent rente verliest elk jaar koopkracht. Na tien jaar met twee procent inflatie is honderd euro op een spaarrekening in reële termen nog maar 82 euro waard. Na twintig jaar 67 euro. Je hebt hetzelfde nominale bedrag, maar je kunt er minder mee kopen.

Dit is waarom spaargeld aanhouden als primaire beleggingsstrategie op de lange termijn gegarandeerd vermogensverlies oplevert, ook als de bank nooit failliet gaat en je geen cent verliest.

Hoe ontstaat inflatie?

Er zijn meerdere oorzaken van inflatie. Vraaginflatie ontstaat als de totale vraag in een economie groter is dan het aanbod. Kosteninflatie ontstaat als de productiekosten voor bedrijven stijgen. Monetaire inflatie ontstaat als de geldhoeveelheid sneller groeit dan de economische productie. Centrale banken stuurden hierop tijdens de coronaperiode, wat bijdroeg aan de hoge inflatie van 2022 en 2023.

Hoe wordt inflatie gemeten, en waarom voelt het altijd hoger?

In Nederland meet het CBS de inflatie via de consumentenprijsindex. Dat is een denkbeeldig boodschappenmandje met honderden goederen en diensten, van huur en energie tot brood en verzekeringen, waarbij elk onderdeel meeweegt naar hoeveel het gemiddelde huishouden eraan uitgeeft. Stijgt het mandje in prijs, dan is dat de officiële inflatie.

Dat verklaart meteen waarom inflatie vaak hoger voelt dan het cijfer. Je merkt prijsstijgingen vooral bij dingen die je wekelijks koopt, zoals boodschappen en brandstof. Prijzen die dalen of gelijk blijven, zoals elektronica, vallen minder op maar tellen wel mee. Jouw persoonlijke inflatie wijkt bovendien af van het gemiddelde: wie huurt in de vrije sector of veel energie verbruikt, had in 2022 een fors hogere eigen inflatie dan de buurman met een afgeloste woning en zonnepanelen.

Waarom centrale banken twee procent willen

De Europese Centrale Bank stuurt op een inflatiedoel van twee procent op de middellange termijn. Niet nul, en dat is bewust. Bij inflatie rond nul ligt deflatie op de loer: dalende prijzen klinken aantrekkelijk, maar zorgen ervoor dat consumenten aankopen uitstellen en bedrijven investeringen schrappen, waarna de economie zichzelf de put in draait. Twee procent geeft ruimte om te sturen zonder dat het spaargeld in rap tempo verdampt.

Voor jou als spaarder of belegger is dat doel de meetlat: elke euro die structureel minder dan twee procent per jaar oplevert, verliest volgens plan koopkracht. Niet door pech, maar door beleid.

Hoe beïnvloedt inflatie verschillende beleggingen?

Aandelen bieden op de lange termijn bescherming tegen inflatie. Bedrijven kunnen hun prijzen verhogen als de kosten stijgen, waardoor de winsten meebewegen met inflatie. Een breed gespreid aandelenportfolio heeft historisch een reëel rendement opgeleverd van vier tot zeven procent per jaar, na inflatie.

Obligaties zijn kwetsbaar voor inflatie. Als inflatie stijgt, verwachten beleggers hogere rente als compensatie voor het koopkrachtverlies. Dat drukt de waarde van bestaande obligaties met lagere rentes. Dit is wat er in 2022 gebeurde: stijgende rente zorgde voor grote verliezen in obligatieportefeuilles.

Goud wordt traditioneel gezien als inflatiebescherming. De beperkte hoeveelheid maakt het een opslag van waarde die niet door centrale banken kan worden opgeblazen. In periodes van hoge inflatie presteert goud doorgaans relatief goed. De keerzijde: goud keert geen rente of dividend uit, dus in rustige jaren met lage inflatie kost het je vooral rendement ten opzichte van aandelen. Het is een verzekering, geen groeimotor.

Vastgoed heeft historisch ook goed gepresteerd als inflatiehedge. Huurinkomsten kunnen worden verhoogd bij hoge inflatie, en de waarde van fysiek vastgoed stijgt mee.

Bitcoin als inflatiebescherming?

Bitcoin wordt door sommige beleggers gezien als digitaal goud vanwege het vaste maximale aanbod van 21 miljoen coins. Dat aanbod kan niet worden vergroot, ongeacht wat centrale banken beslissen.

De praktijk is genuanceerder. In de hoge inflatieperiode van 2022 daalde bitcoin met meer dan zestig procent. Tegelijkertijd daalde goud veel minder. Bitcoin heeft zijn waarde als inflatiebescherming op de lange termijn nog niet bewezen op de manier waarop goud dat heeft gedaan over decennia. Dat maakt bitcoin niet per se een slechte belegging, maar het betekent dat de redenering van inflatiebescherming nog niet wordt ondersteund door voldoende historisch bewijs.

Reëel versus nominaal: de enige rekensom die telt

Banken en brokers tonen altijd nominale bedragen, maar je koopkracht is reëel. De rekensom is simpel: rendement minus inflatie is wat je werkelijk opschiet. Een spaarrekening met 1,5 procent rente bij 3 procent inflatie levert geen 1,5 procent op maar kost 1,5 procent per jaar.

Reken er bovendien niet op dat spaarrente de inflatie ooit structureel bijhoudt. Banken hoeven pas te bewegen als klanten massaal weglopen, en dat doen spaarders zelden. In vrijwel elke periode van de afgelopen decennia lag de rente op een vrij opneembare spaarrekening onder de inflatie. Sparen is daarmee bijna per definitie een reëel verliesgevende activiteit, en dat is geen tijdelijke situatie maar een structureel kenmerk van het product.

Concreet: 10.000 euro die twintig jaar renteloos blijft staan, is bij 2 procent inflatie nog 6.730 euro aan koopkracht waard. Bij 4 procent inflatie blijft er 4.564 euro over, minder dan de helft. Het bedrag op je afschrift is in beide gevallen nog gewoon 10.000 euro, en dat is precies waarom dit risico zo weinig alarm oproept: het verlies staat nergens geadministreerd.

Wat betekent dit voor jouw portefeuille?

Geld laten staan op een spaarrekening is geen neutrale keuze. Het is een keuze om koopkracht te verliezen. De vraag is niet of je beleggingsrisico wilt nemen. De vraag is welk risico je kiest: het risico van beleggen of het zekere verlies van inflatie.

Op de korte termijn is spaargeld veilig en functioneel. Voor een noodfonds of voor geld dat je binnen één tot twee jaar nodig hebt, is spaargeld de juiste keuze. Maar voor geld dat je tien jaar of langer kunt laten staan, is spaargeld garantie op koopkrachtverlies.

Een gespreide portefeuille met aandelen, eventueel aangevuld met een kleine positie in goud of crypto, biedt meer bescherming tegen inflatie dan spaargeld alleen.

De praktische implicatie

Begin met uitrekenen hoeveel geld je nodig hebt als buffer voor onverwachte uitgaven. Drie tot zes maanden netto salaris is een gangbare richtlijn. Dat bedrag hoort op een spaarrekening, direct toegankelijk. En vergeet niet dat ook die buffer aan inflatie onderhevig is: wat vandaag zes maanden lasten dekt, dekt over vijf jaar misschien nog vijf. Herijk het bedrag daarom elk jaar even, net als je verzekeringen.

Al het geld dat je daarboven hebt en niet binnen een jaar nodig denkt te hebben, is kandidaat voor beleggen. Hoe langer de horizon, hoe groter het argument voor beleggen ten opzichte van sparen.

Wat te doen met spaargeld bij inflatie?

Kort samengevat: geld dat je binnen een jaar nodig hebt, laat je gewoon staan op een spaarrekening, ook al verliest het sluipend aan koopkracht. Vergelijk wel spaarrentes tussen banken, want een paar tiende procent per jaar scheelt op termijn meer dan je zou denken. Geld dat je langer kunt missen, zet je liever aan het werk in een gespreide portefeuille met aandelen, zodat je koopkracht niet wegsmelt maar juist meegroeit met of harder groeit dan de inflatie.

Bronnen

Opmerking: dit artikel bevat een affiliate link. Als je via die link een aankoop doet, ontvang ik een vergoeding, zonder extra kosten voor jou.

Wil je begrijpen hoe inflatie jouw vermogensstrategie beïnvloedt en hoe je een portefeuille opbouwt die koopkracht beschermt op de lange termijn? De Vermogenscursus van Tineke Zwart behandelt de relatie tussen inflatie, beleggingscategorieën en vermogensbeheer in begrijpbare taal.

Bekijk de Vermogenscursus van Tineke Zwart hier

← Terug naar alle artikelen
Wil jij ook starten met crypto?Bekijk de cursus