Groeiaandelen en waardeaandelen worden meestal gepresenteerd als twee kampen waaruit je moet kiezen. Dat is een handige indeling voor fondsverkopers en een matige indeling voor beleggers, want de scheidslijn is arbitrairder dan hij lijkt en verschuift met de rentestand.
Wat de indeling wel doet, is twee verschillende manieren blootleggen waarop een aandeel geld kan opleveren. Dat onderscheid is de moeite waard, ook als je uiteindelijk gewoon een brede index koopt waarin beide zitten.
Wat een groeiaandeel is
Een groeiaandeel is een aandeel waarvan de waarde grotendeels in de toekomst ligt. Het bedrijf groeit hard in omzet, of wordt verwacht dat te gaan doen, en de winst die het nu maakt is klein in verhouding tot de beurswaarde.
Winst wordt meestal niet uitgekeerd maar teruggestopt in het bedrijf, dus dividend is beperkt of afwezig. Waarom dat op zichzelf geen nadeel is, staat in het artikel over wat dividend is.
De koers weerspiegelt een verwachting. En daar zit meteen de kern van het risico: als de verwachting uitkomt, is die al ingeprijsd en levert dat weinig extra op. Als hij niet uitkomt, verdwijnt een groot deel van de waardering.
Wat een waardeaandeel is
Een waardeaandeel is een aandeel dat goedkoop oogt ten opzichte van wat het bedrijf verdient of bezit. De koers ligt laag in verhouding tot winst, boekwaarde of kasstroom.
Dat zijn vaak volwassen bedrijven in sectoren zonder veel opwinding: banken, verzekeraars, energie, industrie, telecom. Ze groeien traag, keren doorgaans dividend uit en de markt verwacht er weinig van.
De gedachte achter waardebeleggen is dat de markt te somber is en dat de koers zich op termijn corrigeert. Soms klopt dat. Soms is het bedrijf gewoon goedkoop om een goede reden.
Hoe het onderscheid in de praktijk wordt gemaakt
Indexbouwers gebruiken meetbare kenmerken om aandelen in te delen, meestal de verhouding tussen koers en winst en tussen koers en boekwaarde, aangevuld met omzetgroei.
Dat werkt minder goed dan het klinkt. Boekwaarde meet bezittingen die op de balans staan: fabrieken, gebouwen, voorraden. Bij een bedrijf waarvan de waarde vooral zit in software, merknaam, onderzoek of een netwerk van gebruikers, staat het merendeel van wat het waard is helemaal niet op de balans. Het aandeel oogt daardoor duur, ook als de winst gezond is.
Het gevolg: dezelfde onderneming kan bij de ene indexbouwer als groei en bij de andere als waarde worden geclassificeerd, en kan van jaar tot jaar wisselen zonder dat er in het bedrijf iets is veranderd.
Waarom de rente het verschil maakt
Dit verklaart vrijwel het hele patroon in het historische rendement, en het wordt zelden uitgelegd.
De waarde van een bedrijf is in feite de optelsom van alle winst die het in de toekomst maakt, teruggerekend naar vandaag. Hoe verder die winst in de toekomst ligt, hoe zwaarder de rente meeweegt in die terugrekening.
Bij een groeiaandeel ligt het merendeel van de verwachte winst ver weg. Stijgt de rente, dan wordt die verre winst fors minder waard vandaag. Bij een waardeaandeel komt de winst grotendeels nu binnen, dus daar is het effect veel kleiner.
Daarom deden groeiaandelen het uitzonderlijk goed in de periode van dalende en zeer lage rentes, en kwamen waardeaandelen terug zodra de rente steeg. Dat is geen modegril maar rekenkunde.
De twee valkuilen
De waardeval
Een aandeel dat al jaren goedkoop staat en goedkoop blijft. De lage waardering is dan geen vergissing van de markt maar een correcte inschatting van een bedrijf waarvan het verdienmodel structureel onder druk staat.
Het herkennen ervan draait om de vraag of er iets is dat de neergang keert. Verliest het bedrijf al jaren marktaandeel, daalt de omzet structureel, of wordt de sector weggeconcurreerd door iets fundamenteel beters, dan is goedkoop niet hetzelfde als koopwaardig.
De groeival
De spiegelbeeldige fout. Een uitstekend bedrijf kan een slechte belegging zijn als je er te veel voor betaalt, omdat de groei die je koopt al volledig in de koers zit.
Bij een hoge waardering is er geen ruimte voor tegenvallers. Een groeivertraging van twintig naar twaalf procent kan bij zo’n aandeel een koersdaling van tientallen procenten opleveren, terwijl het bedrijf nog steeds groeit en winst maakt.
Wat een gezond bedrijf onderscheidt van een goedkoop bedrijf
De nuttigste vraag is niet in welk hokje een aandeel valt, maar of het bedrijf iets heeft dat concurrenten er niet zomaar afpakken. Een sterk merk, hoge overstapdrempels, schaalvoordeel, of een positie waar klanten niet makkelijk weg kunnen.
Dat is wat een bedrijf in staat stelt om over tien jaar nog steeds winst te maken, en het valt volledig buiten de indeling groei tegenover waarde. Een bedrijf met zo’n positie tegen een redelijke prijs is aantrekkelijker dan een middelmatig bedrijf tegen een lage prijs, ongeacht welk etiket de indexbouwer erop plakt.
Hoe je die beoordeling systematisch aanpakt staat in het artikel over hoe je bepaalt of iets werkelijk waarde heeft, waarvan de logica net zo goed op aandelen van toepassing is.
Wat dit voor Nederlandse beleggers betekent
De AEX leunt zwaar op financiële instellingen, energie en industrie, met daarnaast een paar zeer grote technologiebedrijven. Dat maakt de index gevoeliger voor rentebewegingen dan een brede wereldindex, en het betekent dat wie alleen Nederlands belegt automatisch een stevige waardeblootstelling heeft zonder dat bewust te hebben gekozen. De samenstelling staat beschreven in het artikel over wat de AEX is.
Wie daarnaast een wereldwijd indexfonds aanhoudt, zit juist zwaar in de groeikant, omdat de grootste bedrijven ter wereld daar het meeste gewicht hebben. Beide bij elkaar is toevallig een redelijke balans, maar het is verstandiger om dat te weten dan om erop te hopen.
Wat je er praktisch mee doet
Voor de meeste beleggers is het antwoord: niets bijzonders. Een breed indexfonds bevat beide categorieën in de verhouding waarin de markt ze waardeert. Je hoeft geen kant te kiezen en je hoeft niet te voorspellen welke stijl het komende decennium wint.
Waar de kennis wel iets oplevert, is bij het begrijpen van je eigen resultaat. Wanneer je portefeuille achterblijft bij de index, is de verklaring vaak niet dat je slechte bedrijven hebt gekozen maar dat je zwaarder in de ene stijl zit dan de index. Dat is een heel ander probleem, met een heel andere oplossing.
En wie wel bewust kiest, doet er goed aan te weten dat beide stijlen periodes van vijf tot tien jaar kunnen achterblijven. Dat is langer dan de meeste mensen volhouden, wat de reden is dat spreiding over stijlen even nuttig is als spreiding over sectoren.
Veelgestelde vragen
Geen van beide structureel. Beide stijlen hebben perioden van meerdere jaren waarin ze de ander verslaan, grotendeels bepaald door de renteomgeving. Wie moet kiezen zonder de rente te kunnen voorspellen, kiest beter voor allebei.
Kijk of er iets is dat de neergang keert. Structureel dalende omzet, verlies van marktaandeel of een sector die wordt weggeconcurreerd zijn signalen dat de lage waardering terecht is. Een lage koers is geen argument op zichzelf.
Ja, in de verhouding waarin de markt ze waardeert. Doordat de grootste bedrijven ter wereld op dit moment overwegend groeibedrijven zijn, ligt het zwaartepunt in zo’n fonds wel aan die kant. Dat is een keuze die je impliciet maakt.
Omdat de indeling wordt gemaakt op basis van kengetallen die bewegen met de koers. Stijgt een aandeel hard, dan kan het van waarde naar groei verschuiven zonder dat er in het bedrijf iets is veranderd. De indeling beschrijft de waardering, niet de onderneming.
Conclusie
Groei en waarde zijn geen twee soorten bedrijven maar twee soorten waarderingen. De indeling is nuttig om te begrijpen waar het rendement vandaan moet komen, en om te zien waarom je portefeuille zich anders gedraagt dan de index.
Het is geen indeling waarop je hoeft te kiezen. De vraag die er werkelijk toe doet, is of een bedrijf over tien jaar nog winst maakt, en die vraag staat los van beide etiketten.
Bronnen
- MSCI. Methodologie voor de indeling van aandelen naar groei en waarde in indices. msci.com
- Euronext Amsterdam. Samenstelling en wegingen van de AEX index. euronext.com
- Autoriteit Financiële Markten. Informatie over beleggingsfondsen en risico’s. afm.nl
Opmerking: dit artikel bevat een affiliate link. Als je via die link een aankoop doet, ontvang ik een vergoeding, zonder extra kosten voor jou.
Begrijpen waar rendement vandaan komt is één ding. Een portefeuille bouwen die je door een periode van vijf magere jaren heen volhoudt, is het andere. De Vermogenscursus van Tineke Zwart behandelt beide stap voor stap.